Structureel begrotingsresultaat
Het structurele begrotingsresultaat is een optelling van de structurele baten en -lasten in een jaar. Wanneer er sprake is van een positief bedrag dan betekent dit een overschot, wanneer er sprake is van een negatief bedrag dan is er een tekort. Voor het opstellen van het financieel perspectief nemen we de Begroting 2026 na wijzigingen als uitgangspunt.
Naast de effecten van de Perspectiefnota nemen we ook de effecten van de 1e Turap 2026 en de Meicirculaire mee in de perspectiefnota. De 1e Turap 2026 wordt hier separaat weergegeven omdat in de 1e Turap de focus voornamelijk ligt op de gevolgen voor begrotingsjaar 2026. Om deze reden worden de structurele effecten in de Perspectiefnota getoond. De Meicirculaire nemen we mee in de Perspectiefnota omdat deze onlosmakelijk verbonden is met het financieel perspectief. De Meicirculaire bevat namelijk de compensatie voor de prijsontwikkelingen. Daarnaast is de Meicirculaire de vertaling van de Voorjaarsnota van het Rijk welke vaak gevolgen heeft voor de gemeentelijke taken en de bijbehorende financiële middelen.
Onderstaande tabel geeft het structurele begrotingsresultaat voor de jaren 2027 t/m 2030. In alle jaren is sprake van een positief begrotingsresultaat er is derhalve sprake van een sluitend meerjarenperspectief.
| Bedragen x € 1.000 |
|
|
|
|
|
| Ontwikkeling |
Investeringskrediet |
2027 |
2028 |
2029 |
2030 |
| Structurele begrotingsresultaat (voor 1e Turap 2026) |
|
3.228 |
2.000 |
2.051 |
3.173 |
| |
|
|
|
|
|
| 1e Turap 2026 |
|
-2.569 |
-2.455 |
-2.652 |
-2.624 |
| Meicirculaire 2026 |
|
1.789 |
1.439 |
1.308 |
1.319 |
| Perspectiefnota - Autonome ontwikkelingen |
|
-1.537 |
-1.555 |
-1.394 |
-1.450 |
| Perspectiefnota - Nieuw beleid |
238 |
358 |
584 |
707 |
965 |
| |
|
|
|
|
|
| Structurele begrotingsresultaat (na perspectiefnota 2027-2030) |
|
1.269 |
13 |
20 |
1.383 |
| |
|
|
|
|
|
| Incidenteel begrotingsresultaat |
|
-682 |
51 |
-14 |
-151 |
| |
|
|
|
|
|
| Begrotingsresultaat (na perspectiefnota 2027-2030) |
|
587 |
64 |
6 |
1.232 |
Algemene reserve
De algemene reserve is onderdeel van het eigen vermogen van een gemeente. Het eigen vermogen is het saldo van de bezittingen en de schulden op de gemeentelijke balans. De algemene reserve is daarmee gelijk aan het saldo van alle resultaten uit het verleden. Dit saldo kan ingezet worden voor het doen van eenmalige uitgaven maar is daarnaast ook de belangrijkste buffer voor het opvangen van risico's en tegenvallers in de toekomst. De algemene reserve wordt daarom ook wel de weerstandscapaciteit genoemd.
In de nota risicomanagement en weerstandsvermogen is beschreven hoe de gemeente om wenst te gaan met risico's en de benodigde weerstandscapaciteit. Het doel van de nota is om een gezonde financiële basis te creëren voor de komende jaren. De drie belangrijkste pijlers van de nota risicomanagement en weerstandsvermogen zijn:
- Het inventariseren van risico's middels NARIS en het verbeteren van inzicht in risico's en de beheersing daar van;
- Het jaarlijks bespreken van de financiële houdbaarheidstest van de VNG in de auditcommissie;
- Het vaststellen van de minimale weerstandscapaciteit op € 10 miljoen óf op basis van de risico inventarisatie uit NARIS indien deze hoger is.
Bij de Jaarrekening 2025 is een risico inventarisatie uitgevoerd en vastgesteld dat de minimale weerstandscapaciteit voor het afdekken van risico's gelijk moet zijn aan € 3,3 miljoen. Aangezien dit bedrag lager is dan de minimale weerstandscapaciteit van € 10 miljoen uit de nota risicomanagement en weerstandsvermogen is de minimaal vereiste weerstandscapaciteit voor de gemeente Dantumadiel vastgesteld op € 10 miljoen.
In onderstaande tabel zien we de ontwikkeling van de Algemene reserve inclusief de nieuwe beleidsvoorstellen uit de Perspectiefnota. Voor alle jaarschijven bedraagt de verwachte omvang van de Algemene Reserve circa € 9,5 mln. Gezien de landelijke en lokale onzekerheden acht het College dit op dit moment acceptabel. Wel zal voor de begroting nog een ambtelijke analyse plaats vinden van de noodzaak van de geplande onttrekkingen.
De solvabiliteit bij de Jaarrekening 2025 is 30% en voldoet aan de norm van 20%. In de komende jaren zal het balanstotaal stijgen door investeringen in activa (MFC Feanwâlden). De verwachting is dat daardoor de solvabiliteit circa 20% zal zijn.
| Bedragen x € 1.000 |
|
|
|
|
|
| Ontwikkeling |
2026 |
2027 |
2028 |
2029 |
2030 |
| Beginstand |
15.095 |
12.194 |
9.460 |
9.413 |
9.462 |
| |
|
|
|
|
|
Begroting 2026 (na wijzigingen)
|
|
|
|
|
|
| Onttrekking |
-6.386 |
-1.863 |
-225 |
- |
- |
| Toevoeging |
301 |
165 |
165 |
165 |
165 |
| Resultaatbestemming (J-1) |
3.184 |
23 |
- |
- |
- |
| |
|
|
|
|
|
| Perspectiefnota 2027 |
|
|
|
|
|
| Onttrekking |
- |
-1.059 |
-574 |
-180 |
-180 |
| Resultaat bestemming (J-1) |
- |
- |
587 |
64 |
6 |
| |
|
|
|
|
|
| Eindstand |
12.194 |
9.460 |
9.413 |
9.462 |
9.453 |