Financiële perspectief

Financieel kader

Terug naar navigatie - Financiële perspectief - Financieel kader

De provincie heeft als toezichthouder een wettelijke plicht om gemeentelijke begrotingen te toetsen op structureel en reëel evenwicht. De toets vindt eerst plaats op het huidige begrotingsjaar en als deze niet in evenwicht is moet aangetoond worden dat het evenwicht uiterlijk in de laatste jaarschijf van de meerjarenraming wordt hersteld. Er mag geen sprake zijn van een opschuivend meerjarenperspectief waarbij in de opvolgende begrotingen alleen de laatste jaarschijf sluit. Het is dus belangrijk om het begrotingsjaar structureel in evenwicht te hebben en te houden. Bij de vastgestelde Begroting 2026 was er sprake van een sluitend meerjarenperspectief.

Voor het financieel beleid wordt als uitgangspunt genomen dat er ruimte voor nieuw beleid aanwezig is, met als randvoorwaarde dat er sprake is van een structureel en reëel sluitende begroting en dat de algemene reserve voldoet aan de gestelde voorwaarde vanuit de nota risicomanagement en weerstandsvermogen. De gehanteerde technische uitgangspunten voor het opstellen van het financieel perspectief zijn opgenomen in bijlage 1.

Financiële vooruitzichten

Terug naar navigatie - Financiële perspectief - Financiële vooruitzichten

Structureel begrotingsresultaat
Het structurele begrotingsresultaat is een optelling van de structurele baten en -lasten in een jaar. Wanneer er sprake is van een positief bedrag dan betekent dit een overschot, wanneer er sprake is van een negatief bedrag dan is er een tekort. Voor het opstellen van het financieel perspectief nemen we de Begroting 2026 na wijzigingen als uitgangspunt.

Naast de effecten van de Perspectiefnota nemen we ook de effecten van de 1e Turap 2026 en de Meicirculaire mee in de perspectiefnota. De 1e Turap 2026 wordt hier separaat weergegeven omdat in de 1e Turap de focus voornamelijk ligt op de gevolgen voor begrotingsjaar 2026. Om deze reden worden de structurele effecten in de Perspectiefnota getoond. De Meicirculaire nemen we mee in de Perspectiefnota omdat deze onlosmakelijk verbonden is met het financieel perspectief. De Meicirculaire bevat namelijk de compensatie voor de prijsontwikkelingen. Daarnaast is de Meicirculaire de vertaling van de Voorjaarsnota van het Rijk welke vaak gevolgen heeft voor de gemeentelijke taken en de bijbehorende financiële middelen.

Onderstaande tabel geeft het structurele begrotingsresultaat voor de jaren 2027 t/m 2030. In alle jaren is sprake van een positief begrotingsresultaat er is derhalve sprake van een sluitend meerjarenperspectief.

Bedragen x € 1.000          
Ontwikkeling Investeringskrediet 2027 2028 2029 2030
Structurele begrotingsresultaat (voor 1e Turap 2026)   3.228 2.000 2.051 3.173
           
1e Turap 2026   -2.569 -2.455 -2.652 -2.624
Meicirculaire 2026   1.789 1.439 1.308 1.319
Perspectiefnota - Autonome ontwikkelingen   -1.537 -1.555 -1.394 -1.450
Perspectiefnota - Nieuw beleid 238 358 584 707 965
           
Structurele begrotingsresultaat (na perspectiefnota 2027-2030)   1.269 13 20 1.383
           
Incidenteel begrotingsresultaat    -682  51  -14  -151 
           
 Begrotingsresultaat (na perspectiefnota 2027-2030)   587  64  1.232 

 

Algemene reserve
De algemene reserve is onderdeel van het eigen vermogen van een gemeente. Het eigen vermogen is het saldo van de bezittingen en de schulden op de gemeentelijke balans. De algemene reserve is daarmee gelijk aan het saldo van alle resultaten uit het verleden. Dit saldo kan ingezet worden voor het doen van eenmalige uitgaven maar is daarnaast ook de belangrijkste buffer voor het opvangen van risico's en tegenvallers in de toekomst. De algemene reserve wordt daarom ook wel de weerstandscapaciteit genoemd. 

In de nota risicomanagement en weerstandsvermogen is beschreven hoe de gemeente om wenst te gaan met risico's en de benodigde weerstandscapaciteit. Het doel van de nota is om een gezonde financiële basis te creëren voor de komende jaren. De drie belangrijkste pijlers van de nota risicomanagement en weerstandsvermogen  zijn:

  • Het inventariseren van risico's middels NARIS en het verbeteren van inzicht in risico's en de beheersing daar van;
  • Het jaarlijks bespreken van de financiële houdbaarheidstest van de VNG in de auditcommissie;
  • Het vaststellen van de minimale weerstandscapaciteit op € 10 miljoen óf op basis van de risico inventarisatie uit NARIS indien deze hoger is.

Bij de Jaarrekening 2025 is een risico inventarisatie uitgevoerd en vastgesteld dat de minimale weerstandscapaciteit voor het afdekken van risico's gelijk moet zijn aan € 3,3 miljoen. Aangezien dit bedrag lager is dan de minimale weerstandscapaciteit van € 10 miljoen uit de nota risicomanagement en weerstandsvermogen is de minimaal vereiste weerstandscapaciteit voor de gemeente Dantumadiel vastgesteld op € 10 miljoen.

In onderstaande tabel zien we de ontwikkeling van de Algemene reserve inclusief de nieuwe beleidsvoorstellen uit de Perspectiefnota. Voor alle jaarschijven bedraagt de verwachte omvang van de Algemene Reserve circa € 9,5 mln. Gezien de landelijke en lokale onzekerheden acht het College dit op dit moment acceptabel. Wel zal voor de begroting nog een ambtelijke analyse plaats vinden van de noodzaak van de geplande onttrekkingen.
De solvabiliteit bij de Jaarrekening 2025 is 30% en voldoet aan de norm van 20%. In de komende jaren zal het balanstotaal stijgen door investeringen in activa (MFC Feanwâlden). De verwachting is dat daardoor de solvabiliteit circa 20% zal zijn.   

Bedragen x € 1.000          
Ontwikkeling 2026 2027 2028 2029 2030
Beginstand 15.095 12.194 9.460 9.413 9.462
           
Begroting 2026 (na wijzigingen)
         
Onttrekking -6.386 -1.863 -225 - -
Toevoeging 301 165 165 165 165
Resultaatbestemming (J-1) 3.184 23 - - -
           
Perspectiefnota 2027          
Onttrekking - -1.059 -574 -180 -180
Resultaat bestemming (J-1) - - 587 64 6
           
Eindstand 12.194 9.460 9.413 9.462 9.453