Inleiding

Inleiding

Terug naar navigatie - Inleiding - Inleiding

Op basis van artikel 6 van de financiële verordening wordt u doormiddel van de tussentijdse rapportage tweemaal per jaar geïnformeerd over de voortgang van de programmadoelen en de financiële stand van zaken. Voor u ligt de 1e tussentijdse rapportage over 2026. 

Per programma volgt een rapportage op de voortgang van de doelen en activiteiten uit de begroting 2026. Naast de doelen wordt er per programma een overzicht van de financiële afwijkingen gegeven groter dan € 50.000. Doordat de rapportage is afgerond op duizendtallen kunnen er kleine afrondingsverschillen ontstaan in de optellingen.

De doelen en activiteiten
De programmadoelen zijn vastgesteld in het coalitieakkoord. Daaronder hangen de activiteiten die er voor moeten zorgen dat de doelen worden gerealiseerd. U kunt dit dus lezen als de voortgang op de gestelde beleidsdoelen.

Door middel van een kleurenindicator wordt de voortgang op de activiteiten weergegeven. De betekenis van de indicatoren leggen wij hieronder uit. Indien een indicator oranje of rood is dan is een toelichting verplicht. Wanneer een activiteit is afgerond wordt dit aangegeven onder de kop Afgerond.

Indicator Toelichting
Groen:
Realisatie activiteit ligt op schema.
Oranje:
Realisatie activiteit loopt vertraging op, maar wordt nog wel gehaald.
Rood:
Realisatie van de activiteit wordt niet gehaald.

Toelichting op wijziging
Onder de kop Toelichting op wijziging treft u alle wijzigingen op de begroting aan die voort komen uit de tussentijdse rapportage.  Bij het toelichting van de wijzigingen hanteren we de volgende uitgangspunten:

  • Wanneer het verschil op de baten of de lasten per product groter is dan € 50.000 dan volgt hierop een toelichting. Afwijkingen kleiner dan €50.000 worden toegelicht wanneer er sprake is van een noemenswaardige oorzaak. Wanneer er een ‘min‘ teken voor een bedrag is weergegeven betekent dit een nadeel.
  • De cijfers worden in de tabellen afgerond op duizendtallen, waardoor er kleine afrondingsverschillen kunnen ontstaan.
  • In de toelichting wordt een incidenteel verschil aangeduid met een ‘I’ en wordt een structureel verschil aangeduid met een ‘S’.

Begrotingsresultaat

Terug naar navigatie - Inleiding - Begrotingsresultaat

Begrotingsresultaat
Het resultaat van de 1e Tussentijdse rapportage 2026 bedraagt € 3.042.729 negatief waardoor de begroting na verwerking van de 1e Tussentijdse rapportage 2026 uitkomt op een voordelig begrotingsresultaat van € 147.771. De structurele mutaties uit deze tussentijdse rapportage worden meegenomen in de Perspectiefnota 2027.  

Investeringskredieten
Onder het hoofdstuk Financiën is een overzicht opgenomen met de benodigde aanpassingen van de investeringskredieten. Op basis van de huidige inzichten wordt het totale kredietbedrag per saldo met € 79.674 verlaagd. De bijstelling van de investeringskredieten heeft geen impact op het begrotingsresultaat 2026. In tegenstelling tot de verlaging van het totale kredietbedrag stijgt de kapitaallast voor 2027 en verder marginaal met € 928*. 

* Deze tegengestelde beweging van kredietbedrag en kapitaallast doet zich voor omdat de afschrijvingstermijn van de nieuwe kredieten korter is dan de afschrijvingstermijn van de vervallen kredieten. De kapitaallast van de nieuwe kredieten is daardoor per jaar hoger dan de kapitaallast van de vervallen kredieten.

Bedragen x €1.000
Omschrijving Begroting 2026 Begroting na wijziging 2026 Wijziging 1e Turap 2026 Begroting na 1e Turap 2026
Baten 75.117 76.233 5.555 81.788
Lasten -74.070 -75.660 -12.476 -88.136
Saldo baten en lasten 1.047 573 -6.921 -6.348
Onttrekkingen 3.007 3.431 3.889 7.320
Stortingen -813 -813 -11 -824
Saldo onttrekkingen en stortingen 2.194 2.618 3.878 6.496

Toelichting op wijziging

Terug naar navigatie - Inleiding - Toelichting op wijziging

De belangrijkste wijzigingen uit deze tussentijdserapportage zijn hieronder weergegeven.

Bedragen x € 1.000

 Programma Omschrijving  Wijziging 1e Turap 2026 Incidenteel (I) / Structureel (S) 
02 Mienskip      
  Extra personele inzet onderwijshuisvesting / maatschappelijk vastgoed.
-150 I
03 Soarch en Wolwêzen      
  Er zijn hogere kosten voor inkomensondersteuning (BUIG). De hogere kosten worden deels gecompenseerd door een uitkering uit de vangnetregeling BUIG.  -776 S
  Er zijn hogere kosten voor WMO Begeleiding, WMO Dagbesteding en de Algmene voorzieningen WMO. -250 S
  De kosten voor Jeugdhulp zijn gestegen. Oorzaken hiervoor zijn de inkoopsystematiek, stijgende verwijzingen en de toename van complexe zorg.
-1.914 S
  De loonkosten voor Beleid- & Uitvoering Sociaal domein zijn hoger. De loonkosten voor de opvang van Oekraïners zijn opgenomen in de begroting. -275 S
05 Wenjen en Omjouwing      
  De baten en lasten van grondexploitaties zijn meerjarig opgenomen in de begroting. Ondanks het meerjarige karakter zijn de baten en lasten technisch incidenteel van aard. 641 I
90 Algemiene dekkingsmiddels      
  Lagere proces- en gerechtskosten voor WOZ bezwaren. 115 S
Diverse programma's      
  Vrijval kapitaallast als gevolg van doorgeschoven investeringen.  312 I
  Structurele verhoging ziektevervangingsbudget naar landelijk gemiddelde ziekteverzuimpercentage.  -237 S
  Incidentele verhoging ziektevervangingsbudget als gevolg van hoger ziekteverzuim dan gemiddeld.  -194 I
 

Overige verschillen < € 100.000

-315 I / S 
       
Totaal saldo wijziging   -3.043  

Het college van burgermeester en wethouders.