Onroerendezaakbelastingen
De onroerendezaakbelastingen zijn de belangrijkste gemeentelijke belastingen waarvan de opbrengst tot de algemene middelen behoort en dus naar eigen inzicht kan worden besteed. De hoogte van de aanslagen is zowel afhankelijk van de waarde van een object, zoals die elk jaar wordt bepaald op basis van de Wet waardering onroerende zaken (hierna: Wet WOZ), als van de door de raad vastgestelde tarieven. Er wordt onderscheid gemaakt tussen tarieven voor eigenaren van woningen, eigenaren van niet-woningen en gebruikers van niet-woningen.
Toeristenbelasting
Met ingang van 1 januari 2021 is de toeristenbelasting ingevoerd. De toeristenbelasting is een algemene belasting en daarmee een algemeen dekkingsmiddel. De belasting is gebaseerd op de gedachte dat door personen die binnen de gemeentegrenzen verblijven en niet zijn ingeschreven in het BRP, maar wel gebruik maken van de (algemene) gemeentelijke voorzieningen, een bijdrage leveren aan deze algemene voorzieningen. De belasting moet dan ook worden gezien als een tegemoetkoming in de kosten van de gemeente voor de instandhouding van die voorzieningen. De belasting wordt verschuldigd voor het houden van verblijf met overnachting tegen vergoeding en wordt geheven van degene die verblijf biedt. Deze is dan op grond van regelgeving bevoegd de belasting te verhalen op de persoon of personen die verblijf houden.
Afvalstoffenheffing
De afvalstoffenheffing is een bestemmingsheffing. De opbrengst vloeit niet naar de algemene middelen, maar dient ter dekking van de kosten van afvalinzameling en –verwerking van huishoudelijke afvalstoffen. Het uitgangspunt is dat deze kosten inclusief de kosten van kwijtschelding volledig worden gedekt uit de opbrengst van de afvalstoffenheffing (100% kostendekking). In de tariefstelling wordt onderscheid gemaakt tussen een- en meerpersoonshuishoudens. Hiermee wordt invulling gegeven aan het principe “de vervuiler betaalt”.
Rioolheffing
De kosten voor het beheren en in stand houden van het rioolstelsel worden door middel van de rioolheffing verhaald op de gebruikers van woningen en niet-woningen die op dat stelsel zijn aangesloten. De gemeente heeft naast de zorgplicht voor gemeentelijk afval- en hemelwater ook de zorgplicht voor grondwater. De opbrengst van de rioolheffing, met als uitgangspunt 100% kostendekking (inclusief kosten van kwijtschelding) wordt gebruikt om de voorzieningen, die dienen voor de uitvoering van genoemde zorgplicht, te bekostigen.
Leges
Per 1 januari 2024 is de nieuwe Omgevingswet ingegaan. De Omgevingswet regelt alles voor de ruimte waarin we wonen en werken. Deze nieuwe wet bundelt en maakt regels eenvoudiger. Met behulp van 1 digitaal loket wordt het makkelijker om ruimtelijke projecten te starten. Dit heeft impact op de legesplichtige activiteiten.
Voor elk van de belastingverordeningen waarbij sprake is van kostenverhaal, zoals de hiervoor aangehaalde verordeningen afvalstoffen- en rioolheffing, moet inzichtelijk worden gemaakt, dat de totale geraamde baten van de verordening niet uitgaan boven de totale lasten van de verordening.
Deze opbrengstnorm ziet op de verordening in haar totaliteit, maar anders dan in bijvoorbeeld de Verordening rioolheffing of afvalstoffenheffing worden in de Legesverordening heel veel verschillende diensten van een tarief voorzien. Voorbeelden zijn paspoorten, rijbewijzen, huwelijksvoltrekkingen, omgevingsvergunningen, evenementenvergunningen en drank- en horecavergunningen.
De diensten waarvoor leges worden geheven, zijn in de Legesverordening op samenhang geclusterd.
• Hoofdstuk 1 Algemene dienstverlening;
• Hoofdstuk 2 Dienstverlening en besluiten in het kader van de Omgevingswet;
• Hoofdstuk 3 Dienstverlening vallend onder de dienstenrichtlijn en niet vallend onder hoofdstuk 2
Onder hoofdstuk 1 vallen met name de legestarieven voor diensten van Burgerzaken (paspoorten, rijbewijzen en huwelijksvoltrekkingen).
Onder hoofdstuk 2 vallen de legestarieven voor diensten die verleend worden in het kader van de Omgevingswet.
Onder hoofdstuk 3 vallen de legestarieven voor diensten die uitsluitend verleend worden aan ondernemers zoals de vergunningen in het kader van de Alcoholwet, de evenementenvergunning en de vergunning voor seksbedrijven.
Bij het jaarlijks vaststellen van de legesverordening moet inzichtelijk gemaakt worden dat de totale geraamde baten van de leges niet uitgaan boven de totale geraamde lasten.