De kengetallen in deze paragraaf zijn getallen die de verhouding uitdrukken tussen bepaalde onderdelen van het resultaat en/of de balans en kunnen helpen bij de beoordeling van de financiële positie van gemeenten. Deze kengetallen maken inzichtelijk over hoeveel financiële ruimte de gemeente beschikt om structurele- en incidentele lasten te kunnen dekken of opvangen. Ze geven zodoende inzicht in de financiële weerbaar- en wendbaarheid van de gemeente. Het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV) schrijft de volgende kengetallen voor.
- Netto schuldquote;
- Solvabiliteitsratio;
- Grondexploitatie;
- Structurele exploitatieruimte;
- Belastingcapaciteit.
In Tabel 6 zijn de kengetallen weergegeven. Per kengetal volgt een korte uitleg over wat het kengetal weergeeft en wat de signaalwaarde is.
Tabel 6, Kengetallen BBV
| Kengetal |
Rekening 2024 |
Begroting 2025 |
Rekening 2025 |
| Netto schuldquote |
24% |
67% |
23% |
| Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen |
21% |
64% |
20% |
| Solvabiliteitsratio |
27% |
18% |
30% |
| Grondexploitatie |
2% |
2% |
2% |
| Structurele exploitatieruimte |
4% |
4% |
6% |
| Belastingcapaciteit |
96%* |
85% |
94% |
* De belastingcapaciteit is in 2024 berekend op basis van de landelijke gemeentelijke woonlasten van 2023, de landelijke cijfers van 2024 waren destijds nog niet beschikbaar. In de jaarstukken is een belastingcapaciteit gepresenteerd van 103%. Wanneer we de belastingcapaciteit 2024 opnieuw berekenen komen we op een belastingcapaciteit van 96%.
Netto schuldquote / Netto schuldquote gecorrigeerd voor verstrekte leningen
Bij de Netto schuldquote worden de netto schulden afgezet tegen het totaal saldo van baten. Hoe hoger het percentage des te groter is de druk van schulden (rentelasten) op de exploitatie. Een hoge schuldendruk heeft niet alleen invloed op de exploitatie maar geeft ook minder mogelijkheden om geld te lenen in geval van investeringen of financiële stress. Een lage schuldquote maakt de gemeente financieel weerbaar. Om inzicht te verkrijgen in hoeverre er sprake is van doorlenen wordt de netto schuldquote zowel in- en exclusief doorgeleende gelden weergegeven. De VNG adviseert om de schuldquote binnen de 100% te houden. De signaalwaarde voor de netto schuldquote bedraagt 130%, bij deze signaalwaarde is sprake van een relatief hoge schuldendruk.
De netto schulquote is in 2025 licht gedaald ten opzicht van 2024. De daling is het gevolg van een afname van de schulden (teller) door onder andere de aflossing op langlopende leningen. Daarnaast is de omvang van de totale baten (noemer) gestegen wat eveneens zorgt voor een daling van de schuldquote. In de begroting 2025 is sprake van een forse stijging van de netto schuldquote als gevolg van het aantrekken van langlopende leningen voor investeringen in materiële vaste activa. Een aantal geplande investeringen zijn (nog) niet gerealiseerd, de behoefte om deze te financieren middels langlopende leningen is hiermee ook vooruitgeschoven in de tijd.
Solvabiliteitsratio
Bij de solvabiliteitsratio wordt het eigen vermogen van de gemeente afgezet tegen het balanstotaal. Feitelijk vertelt deze ratio hoe groot het deel van de bezittingen is dat gefinancierd is met eigen vermogen (positief resultaat vanuit het verleden). De solvabiliteitsratio daalt wanneer er ofwel meer vreemde vermogen (leningen) worden aangetrokken of er sprake is van verliesjaren (afname eigen vermogen). Een hoge solvabiliteitsratio maakt de gemeente financieel weerbaar omdat zij verliesjaren op kan vangen en in staat is om indien nodig investeringen te financieren met vreemd vermogen. De VNG adviseert om de solvabiliteit boven de 20% te houden. De signaalwaarde voor de solvabiliteit bedraagt 0%, bij deze signaalwaarde is sprake van een lage solvabiliteitsratio.
De solvabiliteitsratio is in 2025 gestegen ten opzichte van 2024. De stijging is te verklaren door een toename van het eigen vermogen. De stijging van het eigen vermogen is gedreven door een toename van de algemene reserve, de bestemming van het resultaat van 2024 is hoger dan de onttrekkingen in 2025. Daarnaast is er vermogen gestort in de reserve volkshuisvesting, deze middelen worden in de toekomst aangewend voor investeringen vanuit het volkshuisvestingsfonds. In de begroting 2025 is sprake van een daling van de solvabiliteitsratio als gevolg van de geplande investeringen in materiële vaste activa. Het hogere balanstotaal in combinatie met de financiering met vreemd vermogen zorgt voor een lagere aandeel eigen vermogen en zodoende een lagere solvabiliteit. Een aantal geplande investeringen zijn (nog) niet gerealiseerd en vooruitgeschoven in de tijd.
Grondexploitatie
Het kengetal grondexploitatie geeft aan hoe groot de grondpositie (waarde van de grond) is ten opzichte van het totaal saldo van baten. Hoe minder grond een gemeente verkoopt, hoe hoger de grondpositie en hoe hoger de boekwaarde. Een grondexploitatie van 10% of hoger wordt beschouwd als kwetsbaar. Een laag percentage en in sommige jaren negatief, zoals door de jaren heen het geval is, betekent dat de grondposities van de gemeente beperkt zijn.
Het aandeel van de grondexploitaties is ongewijzigd ten opzichte van vorig jaar. De waarde van de bouwgronden in exploitatie is gestegen (teller) maar het totaal saldo van baten is in dezelfde mate gestegen (noemer). Per saldo is de verhouding ongewijzigd.
Structurele exploitatieruimte
Bij deze ratio wordt het structurele resultaat (resultaat minus incidentele baten en lasten) afgezet tegen het totaal saldo van baten. Een positief structureel resultaat laat zien dat er genoeg baten zijn om de lasten nu en in de toekomst te dekken. Een hoge ratio is een positief signaal voor de toekomstige houdbaarheid. Vanzelfsprekend is de signaalwaarde hier 0%.
De structurele exploitatieruimte is hoger dan het voorgaande jaar omdat de baten meer zijn gestegen dan de lasten. De stijging van de baten is voornamelijk het gevolg van een stijging van de algemene uitkering.
Belastingcapaciteit
Bij de berekening van de belastingcapaciteit worden de woonlasten (OZB, Riool- en afvalstoffenheffing) in de gemeente Dantumadiel afgezet tegen het landelijk gemiddelde (Bron: COELO). Hierbij is een lage belastingcapaciteit positief omdat er bij een lage belastingcapaciteit nog ruimte is om belastingen te verhogen en op die manier de inkomsten van de gemeente te verhogen. Deze ruimte maakte de gemeente financieel weerbaar in geval verliesjaren.
De belastingcapaciteit is in 2025 gedaald ten opzichte van 2024. De gemeentelijke woonlasten van Dantumadiel zijn het afgelopen jaar met 1,6% gestegen , voornamelijk als gevolg van een kleine stijging in de OZB (inflatie correctie). De gemeentelijke woonlasten zijn landelijk echter met 3,6% gestegen, voornamelijk als gevolg van een stijging in de afvalstoffenheffing. Omdat de landelijke woonlasten harder zijn gestegen dan die van de gemeente Dantumadiel daalt de belastingcapaciteit.